Een avondje op het politiekantoor

Ik probeer deze plek zoveel mogelijk gescheiden te houden van onze professionele bezigheden, maar dit moet me toch van het hart.
Voor zij die het hier een beetje kennen weten dat het Happy vrouwtje en ikzelf een leuk team hebben waarmee we iedere dag op pad gaan om iedereen die er om vraagt met de beste zorg te omringen. Thuisverpleging noemen ze het ook wel.

Regelmatig komen we een korte tijd bij mensen over de vloer voor een inspuiting of een wondzorg.
Bij heel wat mensen komen we reeds jaren iedere dag over de vloer en zijn we als het ware kind aan huis.
Deze mensen verwachten ons dagelijks rond een bepaald uur en weten dat wij hun verwittigen indien er zich onvoorziene omstandigheden voordoen waardoor we niet tijdig bij hun geraken.
Omgekeerd geldt dit ook. Gaan zij onverwacht de deur uit, dan geven ze ons een seintje en weten we dat we niet voor een gesloten deur zullen staan.
Maar toch … soms gebeurd het dat men ons vergeet te verwittigen. En daar sta je dan. Gesloten deur, niemand thuis.

Gelukkig gebeurd dit zelden, en weten we doorheen de jaren ook wel bij wie dit eens kan gebeuren.
Zo stond het Happy vrouwtje vorige maand rond 10u ‘s ochtends aan de deur bij Stefanie (*).
Aanbellen, wachten, nog eens aanbellen, wachten, in de tuin bij de kippen gaan kijken -hier durft Stefanie nogal eens tijd doorbrengen-, maar ook hier niemand te zien. Uiteindelijk beslist zij toch om de huissleutel (waarvan wij een exemplaar in ons bezit hebben) te gebruiken en eens in de kamers te kijken. Stefanie is 92 jaar, een risicoleeftijd. Het zou niet de eerste keer zijn dat we een onaangename ontdekking doen.
In heel het huis is zij echter nergens te bespeuren. Conclusie: wellicht is zij de stad ingetrokken en vergeten ons te verwittigen. Zoals bij haar wel vaker gebeurd.

Rond 14.30u krijg ik een mail van onze zorgcoach. Ook zij stond voor gesloten deur. Ik laat haar weten dat Stefanie wellicht de stad is ingetrokken en dit wel vaker gebeurd. Niets om ons zorgen rond te maken.

16u, en daar is opeens dat onbehaaglijk buikgevoel. Ik neem de telefoon en bel naar Stefanie.
Geen antwoord. Rond 16.30u bel ik opnieuw. Nog steeds geen antwoord.
Dat onbehaaglijk buikgevoel gaat over in een knagend gevoel in de maag en ik hoor mezelf zeggen: “Dit is niet normaal”.
Rond 16.45u bel ik opnieuw, weer zonder resultaat.

Dat is voor mij het sein. Ik stap in mijn wagen en rij naar haar thuis.
Opnieuw doorzoek ik, inmiddels in het donker en met een grote zaklamp, haar tuin. Stalletjes, kippenhok, … . Nergens is Stefanie te vinden.
Dan opnieuw haar huis binnen. Kamer voor kamer wordt alles aan een grondige inspectie onderworpen.
Niets.
Vervolgens de kelder. Verdikke, die is groot en heeft veel verborgen kamertjes en ruimtes. Maar ook hier geen Stefanie te bespeuren.
Ik ga bij de buurvrouw/vriendin informeren of Stefanie tegen haar iets verteld heeft, maar deze lieve dame weet ook van niets en is inmiddels ook heel ongerust.
Ik besluit dan om verschillende locaties vlug te bezoeken. Locaties vanwaar ik weet dat zij hier regelmatig naartoe gaat. Maar nog steeds geen Stefanie te ontdekken.

Uiteindelijk zit er niets ander op dan richting het politiekantoor te trekken om een aangifte te doen van een verdwijning.
In de gietende regen wandel ik naar het kantoor en bel aan. Even wachten alvorens ik een klik hoor en binnen kan.
Ik kom in een soort van trappenhal met aan de rechterzijde een loket waar ik me dien aan te melden.
Vlug doe ik mijn verhaal: vrouw van 92 jaar die we gisterenavond de laatste keer gezien hebben. Een patroon dat zeer ongewoon is. De dienstdoende agent neemt kort nota van mijn verhaal en geeft me een bezoekersbadge met de melding dat ik “even” mag plaatsnemen in de wachtruimte.
Ik nestel me op een ongemakkelijke stoel en wacht braafjes af.
Ondertussen zie ik verschillende mensen de revue passeren. Enkelen komen hun auto terug vragen nadat deze is gesleept. Een moeder komt haar blijkbaar onhandelbare zoon afhalen na een zoveelste vechtpartij. Een braaf koppel op leeftijd komt hun verklaring afleggen na een vermeend geval van vluchtmisdrijf. En zo blijft het doorgaan.

Inmiddels zit ik reeds een uur in die wachtruimte.
Plots steekt een agente haar hoofd om de hoek met de vraag wie die aangifte van een verdwijning komt doen. Ik maak een kleine vreugdesprong en zeg, wellicht iets te enthousiast: “Ikke!!”.
“Is die vrouw dement?”, vraagt ze mij. “Neen hoor, een beetje typische ouderdomsverwardheid maar voor de rest een kranig vrouwtje” is mijn reactie.
“Er komt zo meteen iemand voor jou” weet ze nog te zeggen alvorens ze even plots verdwijnt als ze verscheen.
Oef, na een uur wachten mag het wel eens beginnen.

Een half uur later zit ik nog steeds naar de muur te staren.
Ik geef het op. Ik ga richting buitendeur en zeg tegen de agent aan het loket dat ze me wel zullen vinden buiten. Daar waar de rook is ūüėČ
Hij knikt begrijpend.
Weer een half uur later zie ik de wisseling van de wacht. De agent die aan het loket zat is bij de gelukkigen. Hij kuist z’n schup af en mag naar huis. Met een zweem van medelijden kijkt hij de wachtzaal in en zegt dat ze me zo meteen komen roepen. Waar heb ik dat nog gehoord.
Maar … driewerf hoera … een kwartiertje later komt een andere agent mij halen.

In het oud Vlaams wordt mijn verklaring genoteerd. Er worden 2 ploegen van de baan gehaald en samen met hun ga ik nog eens huis en tuin van de dame doorzoeken. Ik keer weer terug naar het kantoor waar mijn verklaring verder wordt genoteerd, vervolgens voorgelezen en ik een kribbel voor akkoord mag zetten.

2 uur en een kwartier. 135 minuten heb ik zitten wachten. Ik heb mensen voor een banaliteit zien binnenkomen, voorgaan en buitengaan.
2 uur en een kwartier. 135 minuten alvorens men werk maakte van een alleenstaande vrouw zonder kinderen of andere familie in de buurt.
Een vrouw van 92 jaar die reeds een ganse dag van huis was, in de vrieskou, regen, smeltende sneeuw, … .
2 uur en een kwartier wachten.

Uiteindelijk kwam ik om 22.30u weer thuis. Om 18u had ik me aangemeld op het politiekantoor.
Om 23.15u kwam het verlossende telefoontje. Een ploeg had haar teruggevonden, al dolend op een groot plein aan de rand van de stad.
Oef, het was de 135 minuten wachten dubbel en dik waard, maar toch.

In de wachtzaal van spoedgevallen, radiologie, … . Overal zie je affiches ophangen dat mensen niet steeds geholpen worden in volgorde van aanmelden maar wel volgens de ernst van de situatie.¬†Alle begrip voor. Maar gasten die hun getakelde auto komen terughalen, of een vrouw van 92 jaar die reeds een ganse dag vermist is. Prioriteiten?

(*) Stefanie is een fictieve naam voor een echte lieve dame.

2018-01-12T16:15:37+00:00

Geef een reactie